Gemiddelde woonoppervlakte neemt toe met 2 m² in 10 jaar

De woonoppervlakte per Nederlander was op 1 januari 2026 gemiddeld 55 vierkante meter. Dat is 2 vierkante meter meer dan tien jaar eerder. Ouderen hebben gemiddeld meer woonruimte dan jongeren. Onder 70-plussers zijn het vooral alleenstaanden die groter wonen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van .

Tussen 2016 en 2026 is het gemiddelde woonoppervlak per persoon met iets meer dan 2 vierkante meter toegenomen. De woonruimte per persoon verandert met ontwikkelingen in de levensloop, zoals samenwonen of kinderen krijgen.

Vrijwel overal is de gemiddelde woonoppervlakte toegenomen, alleen in Flevoland is de woonruimte met een halve vierkante meter afgenomen. Inwoners van Noord-Drenthe zijn er met 5 vierkante meter het meest op vooruitgegaan. In  in de Randstad is de gemiddelde woonoppervlakte kleiner dan in COROP-gebieden daarbuiten; in Groot-Amsterdam wonen mensen het krapst, in Midden-Limburg het ruimst.

Woonoppervlakte per persoon per COROP-gebied
Oost-Groningen 65,0 64,0
Delfzijlenomgeving 69,5 65,0
OverigGroningen 61,0 59,2
Noord-Friesland 63,7 59,1
Zuidwest-Friesland 69,4 64,8
Zuidoost-Friesland 63,9 60,6
Noord-Drenthe 66,7 61,7
Zuidoost-Drenthe 62,6 58,2
Zuidwest-Drenthe 64,3 60,6
Noord-Overijssel 57,8 53,8
Zuidwest-Overijssel 56,5 53,5
Twente 58,2 54,2
Veluwe 53,8 52,4
Achterhoek 64,9 61,8
Arnhem/Nijmegen 56,7 56,5
Zuidwest-Gelderland 58,1 53,6
Utrecht 50,2 48,8
KopvanNoord-Holland 57,7 53,5
Alkmaarenomgeving 53,5 50,2
IJmond 50,0 47,4
AgglomeratieHaarlem 51,2 50,1
Zaanstreek 45,5 45,1
Groot-Amsterdam 43,5 41,0
HetGooienVechtstreek 55,1 52,3
AgglomeratieLeidenenBollenstreek 51,1 48,0
Agglomeratie’s-Gravenhage 46,9 45,8
DelftenWestland 48,8 47,0
Oost-Zuid-Holland 51,0 48,1
Groot-Rijnmond 47,1 46,0
Zuidoost-Zuid-Holland 48,9 45,5
Zeeuwsch-Vlaanderen 64,4 60,4
OverigZeeland 57,6 52,7
West-Noord-Brabant 57,6 54,6
Midden-Noord-Brabant 56,5 54,3
Noordoost-Noord-Brabant 61,4 57,9
Zuidoost-Noord-Brabant 60,5 58,8
Noord-Limburg 65,2 61,0
Midden-Limburg 69,8 65,4
Zuid-Limburg 65,0 62,8
Flevoland 49,6 50,1

Mensen van 70 jaar of ouder hebben gemiddeld de meeste woonoppervlakte. Zij hebben in 2026 3 vierkante meter meer woonruimte dan in 2016. In COROP-gebieden Zuidoost-Friesland, Zuidoost-Drenthe en Zuid-Limburg hebben zij met iets meer dan 92 vierkante meter de grootste woonoppervlakte. In Groot-Amsterdam (70 vierkante meter) en de Zaanstreek (70 vierkante meter) wonen 70-plussers het krapst. 70-plussers in Noord-Friesland zijn er het meest op vooruit gegaan, zij wonen nu 8,5 vierkante meter ruimer dan 10 jaar geleden. 70-plussers in Oost-Groningen zijn er juist ruim 2 vierkante meter op achteruit gegaan.

Verschillen woonoppervlakte per levensfase

Jonge mensen (15 tot 20 jaar) starten met een woonruimte van gemiddeld 58 vierkante meter. Naarmate ze ouder worden, neemt dit iets af. Dit komt doordat ze gaan samenwonen en/of kinderen krijgen. Als er meer mensen in een huis wonen, wordt dezelfde woning met meer mensen gedeeld, en dus wordt de woonoppervlakte per persoon kleiner.

Vanaf ongeveer 40 jaar hebben mensen weer meer woonruimte. Dit komt doordat kinderen uit huis gaan, scheidingen, en op hogere leeftijden ook het overlijden van een partner. Hierdoor komen mensen vaker alleen te wonen en hebben ze dus meer ruimte voor zichzelf. Zelfstandig wonende alleenstaande of samenwonende 70-plussers wonen het ruimst; gemiddeld 81 vierkante meter. Tussen 2016 en 2026 nam vooral de woonruimte per persoon voor 70-plussers toe.

Vrouwen wonen op latere leeftijd groter dan mannen

Mannen wonen naar verhouding ruimer dan vrouwen tot ze 55 jaar zijn. Hierna hebben vrouwen gemiddeld meer woonoppervlakte. Vooral bij 70-plussers wordt het verschil tussen mannen en vrouwen groter. Dit komt mogelijk doordat mannen jonger overlijden, waardoor vrouwen gemiddeld vaker alleen achterblijven in een woning.

Gemiddelde woonoppervlakte per persoon, naar leeftijd en geslacht
15-19 58,2 59,7 51,8 56,7
20-24 50,2 51,2 46,5 48,1
25-29 51,8 51,8 47,0 47,8
30-34 49,4 51,7 42,6 45,7
35-39 46,7 49,2 40,4 42,4
40-44 48,0 49,3 42,6 42,8
45-50 51,3 51,6 47,4 46,3
50-55 56,3 56,4 56,0 54,2
55-59 63,8 63,8 66,3 65,0
60-64 70,1 70,8 73,2 73,1
65-69 72,7 74,6 76,7 76,8
70-74 73,5 75,9 79,9 79,3
75-79 71,5 76,3 81,0 82,9
80-84 72,0 78,7 84,7 89,2
85-89 74,9 80,0 86,6 92,7
90-94 79,2 85,6 86,8 96,5
95 ouder 85,2 93,2 85,5 95,7

Alleenstaanden hebben meeste woonruimte

Ook naar huishoudenstype verschilt de gemiddelde woonoppervlakte per persoon. Zo hebben alleenstaanden gemiddeld 87 vierkante meter tot hun beschikking. Bij huishoudens met kinderen is dit ruim de helft minder met 40 vierkante meter, en bij stellen zonder kinderen is dit 65 vierkante meter per persoon. Bij alleenstaanden zijn er ook grote verschillen naar leeftijd.

Gemiddelde woonoppervlakte per persoon naar leeftijd, geslacht en huishoudenspositie
Alleenstaand 30 61,5 60,5 57,6 57,0
Alleenstaand 30 tot 50 82,4 79,3 78,3 74,1
Alleenstaand 50 tot 70 97,4 96,6 98,1 95,9
Alleenstaand 70+ 105,8 108,8 100,8 105,3
Huishoudens
zonder kinderen
30 45,1 44,6 46,4 45,8
Huishoudens
zonder kinderen
30 tot 50 54,6 53,3 57,3 54,9
Huishoudens
zonder kinderen
50 tot 70 68,8 71,4 68,6 71,3
Huishoudens
zonder kinderen
70+ 64,5 68,2 64,0 67,8
Huishoudens
met kinderen
30 30,9 31,8 31,8 32,3
Huishoudens
met kinderen
30 tot 50 34,9 36,4 35,7 36,5
Huishoudens
met kinderen
50 tot 70 43,4 44,8 45,0 46,1
Huishoudens
met kinderen
70+ 48,3 49,9 56,8 54,9

Bewoners van een eengezinswoning hebben in 2026 meer ruimte dan 10 jaar eerder. Voor de bewoners van meergezinswoningen, zoals flats of portiekwoningen, is dat juist andersom. In beide woningtypen hebben 70-plus vrouwen meer ruimte dan 70-plus mannen. Voor de jongste twee leeftijdsgroepen is het andersom.

Gemiddelde woonoppervlakte per persoon naar leeftijd, geslacht en woningtype
Eengezinswoning 30 62,0 65,7 54,1 58,5
Eengezinswoning 30 tot 50 49,3 51,8 43,8 45,2
Eengezinswoning 50 tot 70 67,3 69,1 69,6 69,9
Eengezinswoning 70+ 80,3 84,7 91,8 93,7
Meergezinswoning 30 44,2 44,1 41,4 41,5
Meergezinswoning 30 tot 50 48,3 47,4 42,6 41,7
Meergezinswoning 50 tot 70 56,9 56,4 59,5 57,4
Meergezinswoning 70+ 57,6 60,3 69,2 69,6

Plaats een reactie